Op
weg naar een nieuwe fado
Corpo Iluminado is de derde CD van Cristina Branco, of eigenlijk
de vijfde, als je Cristina Branco in Holland en Cristina Branco canta
Slauerhoff, die tot nu toe alleen in Nederland zijn verschenen, meetelt.
Met dit album bewijst deze 28-jarige fadozangeres dat zij in haar
kunst volwassen is geworden.
Volwassen wat betreft haar stem, die zich in enkele jaren enorm
ontwikkeld heeft. Ze is erin geslaagd om de frisheid en de emotie
van haar eerste opnamen vast te houden, maar ze voegt daar een nieuwe
kwaliteit aan toe: Haar lage register is verrijkt met subtiele kleuren,
haar klank voegt zich op prachtige wijze naar het gedicht dat ze
zingt en ze gaat met gemak van triestheid over op vrolijkheid, van
saudade op een ogenschijnlijke terloopsheid.
Volwassen wat betreft de keuze van de gedichten. De nummers op
het album zijn met elkaar in gesprek. Het is alsof het gedicht van
David Moura~o-Ferreira, tevens de titelsong van het album, met zijn
zinnelijke, haast lichamelijke woorden, vragen stelt over het bestaan
waar de andere fados vervolgens een antwoord op proberen te
geven.
En tenslotte volwassen wat betreft haar muziek, want de composities
van Custódio Castelo creëren stemmingen waar de fado
zich nog nooit aan gewaagd heeft. Om die te ervaren hoef je slechts
naar Corpo Iluminado te luisteren: het lied begint donker en mysterieus,
waarbij de melodie in afwachting lijkt van de vragen van de zangeres,
maar dan volgt de overgang naar een meer fadoachtig ritme, en tenslotte
eindigt het in een langgerekte vraag. Nooit eerder had een fado
een dergelijke structuur. Of naar Musa, een ogenschijnlijk luchthartig
lied, waarvan het tweede couplet vijf keer gespeeld, gezongen, geneuried
of op de Portugese gitaar getokkeld wordt, waarbij auteur en zangeres
pogen hun muze te begrijpen.
Dit alles geeft Cristina Brancos fado een waarlijk originele,
zich voortdurend ontwikkelende stijl, die traditie mengt met eigentijdse
invloeden. Een traditie die Cristina zich openlijk toeëigent:
op het album staat een groot aantal beroemde fados, zoals
Disse-te Adeus e Morri en Meu Amor é Marinheiro. De groep
zelf houdt met zijn bezetting ook vast aan de traditie; Custódio
Castelo speelt Portugese gitaar, Alexandre Silva gitaar en Fernando
Maia basgitaar. Bovendien zingt Cristina bij wijze van eerbetoon
samen met de voormalige begeleiders van Amália Rodrigues
een ontroerende fado.
De eigentijdse invloeden laten zich in elk nummer van deze CD gelden:
met de muzikale keuzen van componist Custódio Castelo, met
de teksten van tal van moderne Portugese dichters, met name vrouwen,
met de keuze van gastmusici, en met een traditioneel lied in een
Noord-Portugees dialect dat pas twee jaar geleden officieel door
de Portugese overheid is erkend.
Het is duidelijk dat Corpo Iluminado een belangrijke plaats inneemt
in de loopbaan van Cristina Branco: het album geeft uiting aan het
verlangen van de zangeres, van haar generatie en van een heel land
om, nu het deel uitmaakt van de Europese Unie, gezien te worden
als een land dat zowel modern is als rijk aan tradities. Wie kan
dat verlangen beter verwoorden dan Cristina Branco met haar nieuwe
fado?
|